Waarom training zelden faalt.
Waarom training zelden faalt… maar het model wel
Slechts een uiterst klein percentage van de wereldbevolking, naar schatting 0,01%, functioneert als professioneel topsporter.
Toch is het merendeel van onze trainingsmodellen, schema’s en opleidingskaders gebaseerd op deze specifieke groep. Atleten met een uitzonderlijke combinatie van tijd, structuur, begeleiding en herstelmogelijkheden.
Dit creëert een fundamentele spanning.
Want wat gebeurt er wanneer deze modellen toegepast worden op mensen die leven en functioneren binnen een totaal andere context?
De realiteit achter het model
De meeste trainingsmodellen zijn gebouwd op lichamen die leven als een laboratorium:
- optimale slaap
- ️ perfecte voeding
- training als hoofdtaak
- mentale focus zonder externe ruis
Maar de realiteit van de meeste mensen ziet er anders uit:
- kinderen die ’s nachts wakker worden
- werkstress en deadlines
- voeding die soms “goed genoeg” moet zijn
- trainingen die in de rand van de dag worden ingepland
En toch verwachten we dat deze lichamen reageren zoals die van een topsporter.
Dat is vergelijkbaar met een Formule 1-afstelling toepassen op een stadsauto!
De vraag is dus niet of het model werkt. De vraag is of het model past.
Van praktijk naar inzicht
Mijn parcours in de sportwereld is in de eerste plaats gegroeid vanuit de praktijk, eerder dan vanuit de theorie.
Hoewel ik over de nodige diploma’s beschik, is het vooral mijn 50-jarige actieve carrière in uiteenlopende sporten die mij gevormd heeft. Van voetbal tot handbal, van tafeltennis tot squash, van atletiek en militaire vijfkamp tot triatlon, een sport waarin ik mij de laatste twintig jaar zowel actief als in een coachend rol heb ingezet.
Doorheen die jaren bevond ik mij consequent in omgevingen waar prestaties, belastbaarheid en herstel in een dynamisch evenwicht moeten worden gebracht.
Als Trainer/Coach kreeg ik dus de kans om atleten te begeleiden in verschillende fases van hun ontwikkeling, van initiatie tot het opzoeken van individuele prestatielimieten.
En toch stelde zich een terugkerend patroon.
- Atleten die gemotiveerd starten.
- Die de juiste dingen doen.
Maar desondanks onvoldoende duurzame progressie ervaren.
Talent, potentieel en progressie
Binnen sport wordt vaak gesproken over talent. Maar talent op zich is zelden doorslaggevend. Potentieel ontstaat uit de combinatie van:
- aanleg
- motivatie
- en het vermogen om te leren en zich aan te passen
Progressie daarentegen wordt bepaald door wat er onderweg gebeurt.
Niet alleen door wat iemand doet, maar ook door de kansen die hij krijgt, de keuzes die hij maakt en de momenten die gemist worden.
Met andere woorden:
Succes is zelden een rechte lijn, maar het resultaat van ontwikkeling binnen een bepaalde context.
De beperkingen van het klassieke model
Binnen de traditionele trainingsleer ligt de nadruk sterk op principes zoals progressieve overload, specificiteit en periodisering.
Hoewel deze concepten fysiologisch correct zijn, wordt hun toepassing vaak losgekoppeld van de bredere context waarin een individu functioneert.
Training wordt benaderd als een geïsoleerde stimulus, terwijl het in werkelijkheid deel uitmaakt van een complex adaptief systeem waarin meerdere variabelen simultaan interageren.
Training als dynamisch proces
Op basis van jarenlange observatie en praktijkervaring werd voor mij één principe steeds duidelijker:
vooruitgang is zelden een kwestie van méér doen maar bijna altijd van beter afstemmen
Training is geen op zichzelf staand gegeven.
Het is een reactie op:
- fysiologische toestand (energie, vermoeidheid, herstelcapaciteit)
- psychologische belasting (stress, motivatie, focus)
- omgevingsfactoren (werk, gezin, middelen)
Binnen deze context functioneert het lichaam volgens fundamentele biologische principes, waaronder:
- homeostase
- supercompensatie
- adaptatie
Het negeren van deze interactie leidt onvermijdelijk tot suboptimale resultaten.
Context als bepalende factor
Elke trainingsinterventie wordt beïnvloed door:
- beperkingen
- kansen
- keuzes
Deze factoren bepalen niet alleen wat mogelijk is, maar vooral wat duurzaam is.
Naar een geïntegreerde benadering
Vanuit deze inzichten ben ik mijn manier van coachen anders gaan structureren.
Niet langer vertrekkend vanuit het schema, maar vanuit de interactie tussen mens, belasting en context.
Dat heeft geleid tot een model waarin:
- energie en belastbaarheid het vertrekpunt vormen
- trainingsprikkels doelgericht worden ingezet
- gedrag en uitvoering centraal staan
- en progressie continu wordt bijgestuurd
Een benadering die binnenkort verder vorm krijgt binnen wat ik het FunctionalCoach 4E Model noem.
Conclusie
Training is geen afspraak in je agenda. Het is een afspraak met je lichaam.
Zolang deze afspraak niet afgestemd is op de realiteit van het individu, blijft vooruitgang in grote mate afhankelijk van toeval.
De toekomst van coaching ligt dan ook niet in méér training, maar in betere afstemming.
#FunctionalCoach #coaching #duurzaamtrainen #mensgericht